Het verhaal van J
Hij is geboren op 6 november 1983 in Nigeria. Ik ontmoet hem in RespijtHuis HouseMartin in Den Haag waar zieke dakloze mensen een tot twee weken kunnen verblijven om te herstellen van ziekte, om aan te sterken voor of na een operatie of om op adem te komen van het zware leven op straat. Vorig jaar verbleef J hier als patiënt, nu werkt hij er als vrijwilliger. Hij zegt: ‘Ik ben zo dankbaar voor de mensen die ik in HouseMartin heb ontmoet, ik wist niet meer dat zulke mensen bestonden. Mijn verblijf heeft me nieuw perspectief gegeven. Daarom wilde ik iets terugdoen.’
In Nigeria leven verschillende bevolkingsgroepen. De grootste zijn de Hausa-Fulani in het noorden, de Igbo in het zuidoosten en de Yoruba in het zuidwesten. Het noorden waar de meerderheid van de bevolking woont, is al meer dan 1000 jaar islamitisch, het zuiden is overwegend christelijk. J en zijn familie komen uit het zuidwesten en behoren tot de Baptistengemeente.
Tijdens het Britse koloniale bestuur zijn noord en zuid samengevoegd tot één Nigeria. De emirs in het noorden die voor hun macht afhankelijk waren van de Britten, stemden ermee in. Waar de Britten geen rekening mee hielden, waren de eeuwenoude grenzen tussen de bestaande etnische groepen. De overwegend christelijke bevolkingsgroepen uit het zuiden keerden zich tegen de islamitische overheersing van het noorden door bevrijdingsbewegingen te vormen.
In 1960 werd de Federatie Nigeria onafhankelijk. Een militaire coup van Igbo-officieren die een staat voorstonden voor alle Nigerianen zonder bevoordeling van stamgenoten, maakten in 1966 een einde aan de Federatie waarna de zich bedreigd voelende machthebbers een tegencoup organiseerden. Igbo’s uit heel Nigeria vluchtten naar het zuidoosten waar in 1967 de republiek Biafra werd uitgeroepen. Na een bloedige oorlog van 2 ½ jaar waarbij meer dan 1 ½ miljoen mensen de hongerdood stierven, werd Biafra geannexeerd door Nigeria – het regeringsleger had steun gekregen van de Britten en de Sovjet-Unie.
In de jaren ’90 vochten verschillende militaire leiders om de macht. J vertelt: ‘Heel lang heerste er politieke onrust in Nigeria. Voor ons begon het in 1993. Abiola, een zakenman en filantroop, die lid was van Yoruba, stelde zich kandidaat voor het presidentschap. De landelijke partij die hij leidde, pleitte onder meer voor goed onderwijs voor iedereen, en won de verkiezingen. Het waren eerlijke verkiezingen geweest, maar de militaire leider uit het noorden verklaarde ze ongeldig. Toen Abiola steun verzamelde om het presidentschap op te eisen, arresteerde het militaire regime hem wegens verraad. Hij werd gevangengezet en is nooit meer vrijgekomen. De woede die zijn gevangenschap opriep, leidde tot een binnenlandse oorlog.
De macht ging naar de Minister van Defensie die alle bestaande democratische instituties afschafte en op belangrijke posten generaals plaatste. Mensen die zich tegen hem keerden, werden geëxecuteerd.
J: ‘Huizen werden platgebrand. Soldaten schoten zomaar mensen neer. Velen vluchtten uit de steden naar de dorpen. Sommigen werden gedwongen te spioneren. Het was een tijd van angst en chaos. Je durfde niemand meer te vertrouwen. Abiola is in 1998 in de gevangenis overleden.’
In 1999 won de People’s Democratic Party (PDP) de verkiezingen door steun van gepensioneerde Hausa-Falani-militairen. Er werd een waarheidscommissie ingesteld die de grootschalige schendingen van mensenrechten moest onderzoeken. J: ‘Naar het voorbeeld van Zuid-Afrika kon iedereen zijn verhaal vertellen, maar verder gebeurde er niets. Het werkte niet. De onrust bleef.’
Vanaf 2006 vielen militanten oliepijpleidingen en andere faciliteiten van de olie-industrie aan. J: ‘De bevolking op het platteland van Zuidoost Nigeria had vreselijk te lijden onder de olievervuiling: er heerste massale vissterfte en op de vervuilde grond kon geen voedsel meer verbouwd worden. Ken Sarowina die protesteerde, werd gevangen gezet.’
In 2009 vormden oppositiepartijen een front tegen de regerende partij. J: “Ik verloor mijn baan en sloot me net als veel anderen aan bij een groepering die de macht van de noordelijke stam saboteerde. Eerst had ik er moeite mee, je zet niet zomaar zo’n stap, je doet het alleen als het noodzakelijk wordt. Als zoveel mensen worden vermoord en ook je eigen familie wordt getroffen, dan wil je iets doen. Je vecht terug. Overdag zaten we ondergedoken. ’s Nachts spraken we af waar we gingen saboteren. Een paar jaar heb ik meegedaan. Ik heb ook geweld gebruikt. Het was onoverkomelijk.’
Hij vervolgt: ‘De gedachte om te vertrekken ontstond in de kerk. Na de dienst stond de pastor buiten nog even met ons te praten. Hij wist waar we mee bezig waren. Hij vroeg: “Hebben jullie aan een Plan B gedacht? Je kunt overal iets betekenen.” Die woorden maakten indruk, maar het idee om je eigen land, de mensen die je kent en liefhebt te verlaten, had tijd nodig. Je hoopt dat het goed komt, dat het niet nodig is. Pas na jaren boosheid, als je ziet dat de situatie hopeloos is, overweeg je te vertrekken.’
Zijn oom die diaken was in de kerk, zocht gemeenteleden in Europa die konden helpen. In Duitsland vond hij twee mannen die daar al heel lang woonden. Een van hen had van een kennis in Spanje gehoord dat je het gemakkelijkst via Spanje Europa binnenkwam. J zou zelf via Marokko naar Malaga moeten reizen. De man zei: ‘Ik kom je ophalen als je in Europa bent.’ De vlucht naar Europa werd geregeld, zijn vader en zijn oom betaalden de reis.
J reisde met de auto van Nigeria naar Cotonou in Benin. ‘Die reis verliep soepel. We behoren tot dezelfde stam, Yoruba, we spreken dezelfde taal. Het volk Yoruba woont verspreid over grote gebieden van Ghana, Benin, Nigeria en Togo. In 1948 hebben Europese kolonisten grenzen getrokken dwars door de natuurlijke leefomgeving van de verschillende volkeren heen.
Van Cotonou in Benin vloog hij naar Marokko. J: ‘Iedereen in Afrika wist van de oorlog, er was begrip voor Nigerianen op de vlucht.’ Op het vliegveld in Marokko haalde een kennis van de kerk hem met de auto op. Tot zover verliep de reis goed, maar vanuit Afrika kom je niet zomaar Europa binnen. De controle in Malaga is bijzonder streng. J: ‘Ik heb 4 verschillende identiteiten moeten aannemen. Elke keer een andere naam en een andere foto. Steeds werd ik teruggestuurd.’
Wekenlang moest hij wachten op een nieuw paspoort. Intussen werkte hij op een kippenboerderij in Marokko om geld te verdienen. De vier paspoorten kostten tezamen ruim 2000 dollar. ‘De mensen waren heel vriendelijk. Er woonden veel jongeren, de meesten waren jonger dan 40 jaar. Het was een mooie ervaring, ik had het prima naar mijn zin, toch kon ik er niet blijven. De Duitse kennis had de reis geregeld. Hij rekende op me, ooit hoopte ik in Duitsland iets voor hem terug te kunnen doen. Ik had me er geestelijk op voorbereid, in mijn hoofd zat ik al in Duitsland.’
Mensensmokkelaars coachen je in wat je wel en niet moet zeggen. Bij zijn 4e paspoort vertelden ze dat hij jaren als Arabier in Frankrijk had gewoond, hij had de Franse identiteit aangenomen. Toch was het niet dit paspoort waardoor deze poging slaagde, de douane vergat hem zijn vingerafdruk af te nemen.
De Duitse kennis had geregeld dat hij, net als destijds in Marokko, in Malaga met de auto opgehaald zou worden. Op de kade stonden mensensmokkelaars die hem met anderen op een bus naar België zetten. Zodra ze in de bus zaten, haalden de smokkelaars de paspoorten op, ze stapten uit en de chauffeur vertrok. J keek uit het busraam: de smokkelaars gooiden alle paspoorten de vuilnisbak in. Zonder identiteitsbewijs reden alle passagiers rechtstreeks naar het busstation van Luik in België.
Op de parkeerplaats stond de kennis uit Duitsland.
J: ‘De opluchting dat ik het gehaald had, onvoorstelbaar! In de auto voelde ik hoe moe ik was.’
De kennis woonde in een dorp net over de grens. Hij was getrouwd met een Duitse vrouw, zei hij. Verder spraken ze niet veel onderweg.
J: ‘Het was een uur of zes toen we bij zijn huis aankwamen. We gingen meteen eten. Zijn vrouw heb ik niet gezien, zij was bij kennissen op bezoek. Na het eten vroeg hij of ik een biertje lustte, hij zei: “Ik wil met je praten. Je bent nu in de EU. Verder kan ik niks voor je doen. Ik heb gelogen tegen mijn vrouw, mijn vrouw begrijpt de problemen niet en ik kan ze haar niet uitleggen. Ik heb gezegd dat je alleen een paar uurtjes op bezoek komt. Zij heeft er niet op gerekend dat je blijft slapen, ik breng je nu naar het station.”
J wilde iets zeggen, maar de man zei: “Als ik mijn vrouw de waarheid had verteld, had je geen minuut kunnen blijven. Het is strafbaar om een illegaal in huis te hebben. Ik loop het risico zelf het land uitgezet te worden. We hebben twee kinderen!”
Dit was de grootste schrik van mijn leven.
Op het station kocht hij voor mij een enkele reis Amsterdam en zette me op de trein. Een Ghanese familie zou me ophalen van Amsterdam Centraal.’
De familie nam hem mee naar de Bijlmer waar veel Ghanezen wonen. Op donderdag en zondag gingen ze naar de kerk. Van maandag tot donderdag of vrijdag ging hij met de auto mee naar de bloemenveiling in Naaldwijk om te werken. Illegaal in Nederland, overgeleverd aan de goodwill van de Ghanese familie, aan zijn toekomst wilde hij niet denken.
Acht maanden later bracht de kennis uit Duitsland een brief van de pastor uit Nigeria die bestemd was voor de pastor in Scheveningen. J moest die brief zelf brengen. De Duitse kennis meende nog eens de angst van zijn vrouw te moeten verklaren met de woorden: ‘In een dorp wordt zo op je gelet.’
J heeft een dubbel gevoel overgehouden aan de man. Enerzijds zette hij de reis naar de EU in beweging waarvoor hij hem dankbaar is, anderzijds was het een vrijwel onoverkomelijke schok dat hij niet kon blijven, dat er zelfs geen bed was voor een enkele nacht.
‘Baptisten overal ter wereld bekommeren zich om elkaar,’ zegt J. Dankzij de Scheveningse pastor kreeg hij een advocaat en hij vertrok naar het AZC Burgum. Om zich voor te bereiden op het gesprek had hij krantenkoppen verzameld over de actuele situatie in Nigeria in 2013. Hij hoopte daarmee aan te tonen dat zijn verhaal klopte. De advocaat – ‘een hele goede man’ – verwees hem naar een psycholoog die een 12 pagina’s tellend rapport schreef. Na 4 maanden AZC werd hij om medische redenen statushouder en ontving een identiteitskaart. In Leeuwarden kreeg hij een kamer toegewezen om tot rust te komen. Na 12 maanden werd de status omgezet in een verblijf voor onbepaalde tijd.
Via kennissen kwam hij in Den Haag. Hij ging Nederlands leren en behaalde het Certificaat Inburgering. Een dubbele nationaliteit was niet mogelijk. In een brief aan de Nigeriaanse ambassade deed hij afstand van zijn Nigeriaanse nationaliteit.
J heeft littekens van verticale inkervingen op zijn wangen. Hij vertelt dat Yoruba-baby’s vroeger op elke wang 3 verticale strepen kregen. J: ‘Ik kreeg daardoor een speciale behandeling; men dacht dat ik als politiek gevangene gemarteld was. Later kreeg ik er zelfs verkering door, de strepen wekten de nieuwsgierigheid van meisjes.’
In Nigeria had J gewerkt als verpleegkundige. Om in Nederland dit vak te mogen uitoefenen studeerde hij 2 jaar Verpleegkunde aan de Haagse Hogeschool. Hij heeft in verschillende ziekenhuizen, verzorgings- en verpleeghuizen gewerkt. Nu werkt hij bij het Leger des Heils.
In 2022 kantelde zijn leven toen de diagnose kanker werd gesteld. Hij was getrouwd en had 3 kinderen. ‘Het ging niet goed thuis. Ik werd gek van de behandelingen en raakte volledig de weg kwijt. Ik leefde als een zombie vol angst en achterdocht. Op het laatst werd het zo erg dat mijn vrouw en kinderen bang voor me werden en mijn vrouw me op straat zette.’
Wat meegespeeld heeft, waren de verschrikkingen rond de toeslagenaffaire. Hij werd bestempeld als fraudeur en moest bijna € 50.000,- voor de 3 kinderen aan de Belastingdienst terugbetalen. ‘De dreigbrieven die ik kreeg. Als we niet snel betaalden, werden we het huis uitgezet!’
Beschuldigd als fraudeur met een onoplosbare financiële schuld, terminaal ziek en geestelijk in de war moest hij het als dakloze zien te redden op straat. ‘Het was de donkerste periode van mijn leven.’
Op een dag zag iemand hem lopen met medicijnen, hij stuurde J naar het Daklozenloket. Daar is hij verwezen naar RespijtHuis HouseMartin. Hij zegt:
‘De liefde, de gastvrijheid die ik hier vond. Ik dacht: hoe kan dat nou? Het werd ineens zo licht. Op de dag van mijn vertrek, twee weken later, zei ik: “Als het ooit goed met mij gaat, kom ik hier helpen.”
Hij schreef een brief aan alle medewerkers met de tekst van Mattheus 25: 37–40:
‘…. Want toen ik honger had, hebben jullie Mij te eten gegeven. Toen ik dorst had, hebben jullie Mij te drinken gegeven. Toen ik een vreemdeling was, hebben jullie Mij in huis genomen. …. En de Koning zal zeggen: ‘Luister goed! Ik zeg jullie: toen jullie de dingen voor één van mijn minst belangrijke broeders of zusters deden, hebben jullie ze ook voor Mij gedaan.’
Daaronder schreef hij:
‘Moge God jullie zegenen voor de glimlach die jullie op mijn gezicht hebben gebracht. Ik heb altijd al geweten dat menselijke warmte geen seizoenen kent. Daarom wil ik jullie bedanken uit het diepst van mijn hart voor alles, het heeft me echt goed gedaan.’
Omdat een verblijf in HouseMartin maximaal 2 weken duurt, werd hij overgeplaatst naar het hospice van de noodopvang voor dakloze mensen van de Kessler Stichting. Hij lag er met nog 3 terminale patiënten op een kamer.
‘Kanker is een monster. Je bent een mobiel skelet. Wanneer er ‘s nachts iemand stierf, bleef de overledene op de kamer liggen totdat de lijkschouwer kwam om de dood vast te stellen. Of het nu vroeg of laat in de nacht was, de hele verdere nacht lag je naast iemand die overleden was. Ik heb het 4 keer meegemaakt. Steeds dacht ik: Morgen lig ik daar zelf.’
J kreeg morfine tegen de pijn, voerde een gesprek met de uitvaartbegeleider en koos muziek voor zijn uitvaart; begrafeniskleding hing in zijn kast.
Op zondag moest hij bloed prikken, een standaardritueel waarvan hij het nut niet meer in zag.
Op dinsdag kwam de palliatieve arts gehaast naar hem toe. ‘Je moet naar het ziekenhuis,’ riep hij, ‘de ambulance is gebeld.’
‘Laat me,’ zei hij, maar de arts zette door.
Hij kreeg een tijdelijk bed toegewezen en er werd weer een scan gemaakt. Hij begreep het niet, hij was toch opgegeven?
3 ½ uur later zei een verpleegkundige: “Ze wachten op je.”
Rond de oncoloog zat een heel team van artsen. De oncoloog vroeg:
“Wat is je naam?”
Je kent me toch, zei ik.
“Wat is je geboortedatum?”
Dat weet je toch.
Via een beamer toonde de oncoloog op 2 grote schermen de uitslagen van de onderzoeken. Links de uitslag van eerder onderzoek, rechts die van die dag.
“Je bent schoon. Je mag het hospice verlaten!”
Een half jaar later kreeg hij een telefoontje: ‘Gefeliciteerd, u bent erkend als gedupeerde.’ Het geld kwam binnenrollen, maar het allerbelangrijkste was de excuusbrief van Mark Rutte. Hij was zo bang geweest voor de toekomst van zijn kinderen. Die brief was het bewijs dat hij geen fraudeur was, hij durfde zijn kinderen weer in de ogen kijken.
Hij is dankbaar dat hij als vrijwilliger werkt voor RespijtHuis HouseMartin. Hij wilde zich aan zijn woord houden, hij kon zich eraan houden. Het bevalt hem heel goed. Prachtig vond hij het dat zijn kinderen hem zagen in de televisie-uitzending van Kruispunt die in maart op NPO2 de uitreiking van de Inspiratieprijs 2024 van het Kansfonds uitzond. RespijtHuis HouseMartin was 1 van de 3 genomineerden. In het filmfragment was J te zien als een vrijwilliger die een gast verzorgde.
Het gaat goed met J. Hij heeft een kamer gevonden in een klooster waar hij met anderen samen eet en bidt. Hij ziet er gezond uit. Hij doet vrijwilligerswerk voor de Kessler Stichting, voor RespijtHuis HouseMartin, voor de kerk en onlangs rende hij op Zandvoort 4 kilometer om geld in te zamelen voor het Diabetesfonds. ‘Ik draag bij waar en wanneer ik maar kan helpen. Ik ben dankbaar dat ik nog iets kan doen. Mijn werk als verpleegkundige ben ik langzaam aan het opbouwen, ik mag niet in een keer stoppen met de medicijnen.’
Terugblikkend zegt J: ‘Heel moeilijk vond ik het, dat ik niet bij het overlijden van mijn vader kon zijn. Later heb ik een mooi graf voor hem gemaakt. Toch ben ik dankbaar dat ik hier ben. Was ik in Nigeria gebleven, dan was ik dood geweest. Of door het geweld, of door de alcohol om de ellende te vergeten. Ik ben heel veel goede mensen kwijtgeraakt.
Nigeria is er veel slechter aan toe dan toen ik vertrok. Door het terrorisme van Boko Haram heerst er overal honger. Tijdens kerkdiensten worden mensen doodgeschoten. Je bent nu nergens meer veilig Westers onderwijs is verboden. Boko Haram ontvoert meisjes en vraagt de ouders een hoge losprijs te betalen. De eerste keer dat er een bus met meisjes ontvoerd werd, haalde dat de internationale pers. Nu is het een ”way of life”.’
J slaat zijn hand voor zijn ogen.
Wat doe ik hem aan, denk ik.
Hij zegt: ‘Ik leef nog. Het is veilig hier. Dingen zijn hier goed geregeld. Ik heb zelfs een tweede kans gekregen. Al moet ik nog wel 24 uur per dag omschakelen: je gaat dood, blijft in mijn hoofd hangen.’
‘Een leven van hoogten en diepe dalen,’ zeg ik.
J: ‘God, hoe kan dit, denk ik vaak. Ik heb geen verklaring. Wonderen bestaan. Nog steeds. Ik ben ontzettend dankbaar dat ik leef.’
Maart/april 2024
